Het korte antwoord

Vulvodynie is pijn aan de vulva die langer dan drie maanden duurt, terwijl de arts geen andere oorzaak vindt, zoals een schimmel, een huidziekte of een soa. Meestal brandt of schrijnt de ingang van de vagina bij aanraking, bijvoorbeeld bij het vrijen of het indoen van een tampon. Bij sommige vrouwen is de pijn er bijna de hele dag. De pijn is echt: de zenuwen bij de ingang van de vagina zijn lange tijd geïrriteerd.

  • Eerst: een tijd niet vrijen op een manier die pijn doet, en twee keer per dag een vette zalf.
  • Vaak ook: bekkenfysiotherapie, of gesprekken met een seksuoloog of psycholoog.
  • Bij het vrijen: een glijmiddel op waterbasis zonder parfum, zoals Pjur Med Sensitive, kan de wrijving verminderen.
  • Medicijnen helpen meestal niet. Een operatie raden artsen niet aan.
  • Bij de meeste vrouwen wordt de pijn met de tijd minder.

Pijn die niemand kan zien, is net zo goed echte pijn.

Bij vulvodynie brandt, schrijnt of steekt de vulva, terwijl de huid er meestal gewoon uitziet. Een schimmelkuur helpt dan niet. En vrijen wordt iets om tegen op te zien.

Veel vrouwen lopen er lang mee rond voordat iemand het woord vulvodynie noemt. Intussen gaan ze aan zichzelf twijfelen: stel ik me aan? Nee. En gelukkig is er wel degelijk iets aan te doen.

Inhoudsopgave

Wat is vulvodynie?

Vulvodynie is de medische term voor pijn aan de vulva. De vulva is de buitenkant: de binnenste en buitenste schaamlippen (de gynaecologen zeggen tegenwoordig vulvalippen), de clitoris en de ingang van de vagina. Artsen spreken van vulvodynie als de pijn langer dan drie maanden duurt en er geen andere oorzaak is gevonden. Of als de pijn blijft nadat die oorzaak is behandeld.

Zo'n andere oorzaak kan van alles zijn: een schimmel of herpes, een huidziekte als eczeem of lichen sclerosus, een litteken, of een dunne, droge huid na de overgang. Die oorzaken krijgen een eigen behandeling. Vulvodynie is wat overblijft als ze er niet zijn, of als ze de pijn niet helemaal verklaren (de twee kunnen ook samengaan).

Meer over die andere oorzaken leest u in pijnlijke of geïrriteerde vagina en vulva. Over een schimmel of soa bij het vrijen gaat pijn bij vrijen door een vaginale infectie.

Twee vormen

De meest voorkomende vorm is pijn bij aanraking van de ingang van de vagina, het vestibulum. Artsen noemen dat provoked vestibulodynie, kortweg PVD. Bij ongeveer acht op de tien vrouwen met vulvodynie gaat het om deze vorm. Vroeger heette het vulvair vestibulitissyndroom of focale vulvitis; die eerste naam doet denken aan een ontsteking, en daarom gebruiken artsen hem steeds minder.

De pijn komt bij het vrijen, bij het indoen van een tampon of als iemand de plek met een wattenstaafje aanraakt. Hij is meestal branderig, en vaak zijn ook de bekkenbodemspieren gespannen. Deze vorm komt vooral voor bij twintigers en dertigers.

De tweede vorm is gegeneraliseerde spontane vulvodynie, vroeger essentiële vulvodynie genoemd. Dan is de pijn er min of meer altijd, ook zonder aanraking, en zit hij verspreid over de vulva en soms daarbuiten. Zitten is vaak lastig, en sommige vrouwen voelen iets kloppends of stekends, 'alsof er iets beweegt'. Deze vorm komt vooral voor bij vrouwen rond en na de overgang.

Er zijn ook mengvormen, en de pijn kan op één plek zitten, bijvoorbeeld bij de clitoris (clitorodynie). Artsen letten verder op het begin: was de pijn er al bij de eerste keer vrijen of de eerste tampon (primair), of kwam hij later (secundair)? En op het beloop: komt de pijn en gaat hij weer, of blijft hij? Die indeling is in 2015 internationaal afgesproken, en ook de Nederlandse gynaecologen werken ermee.

Hoe vaak komt het voor?

Hoe vaak vulvodynie in Nederland voorkomt, is nooit precies gemeten. De Nederlandse gynaecologen gaan uit van ongeveer 2 op de 100 volwassen vrouwen. Onderzoek uit andere landen komt hoger uit, op 8 tot 10 van de 100. Een zeldzaamheid is het dus bepaald niet. De klachten beginnen gemiddeld rond het dertigste jaar, maar soms pas rond het zeventigste.

Echt, en geen inbeelding

Vulvodynie is geen inbeelding: de pijn is echt, ook als er niets te zien is. Wel doen lichaam en hoofd allebei mee, zoals bij andere langdurige pijn. Overgevoelige zenuwen, gespannen spieren, angst en spanning in de relatie kunnen elkaar versterken. Dat een psycholoog of seksuoloog bij de behandeling hoort, betekent dus niet dat de pijn tussen de oren zit.

Heeft de huid geen wondjes, dan is de pijn niet gevaarlijk: er is dan niets kapot. Dat maakt de pijn helaas niet minder.

Hoe voelt vulvodynie?

Vrouwen met vulvodynie beschrijven de pijn heel verschillend: branderig, schraal, stekend, prikkend, drukkend of jeukend. Sommigen omschrijven het als een schaafwond die maar niet geneest, terwijl er aan de buitenkant niets te zien is. Een lichte aanraking doet dan al pijn. Dat maakt het verwarrend, voor uzelf en voor de mensen om u heen.

Deze klachten komen vaak voor:

  • Pijn als er iets in de vagina gaat: een penis, een vinger of een tampon.
  • Napijn. Wie ondanks de pijn doorgaat, merkt soms dat de pijn tijdens het vrijen wat minder wordt en daarna terugkomt.
  • Pijn of irritatie bij gewone dingen, zoals zitten, lopen, fietsen, sporten of een strakke broek.
  • Pijn die er (bijna) de hele dag is, soms met een kloppend gevoel bij de ingang van de vagina.
  • Klachten van een gespannen bekkenbodem, zoals moeite met plassen of poepen.

Dat kan een enorme invloed hebben op het dagelijks leven. Een fietstocht of een verjaardag op een harde stoel wordt iets om vooraf over na te denken. En dan gaat het nog niet eens over vrijen.

Wat veel vrouwen met vulvodynie meemaken

Vulvodynie heeft geen duidelijk gezicht. Er is geen wond en geen uitslag, en dat maakt het lastig om te benoemen, ook tegenover uzelf. Vrouwen met vulvodynie vertellen vaak een vergelijkbaar verhaal.

Het begint met een middel tegen schimmel, en daarna nog een, terwijl er geen schimmel wordt gevonden. De pijn blijft. Bij de dokter voelen ze zich niet serieus genomen, of krijgen ze het gevoel dat het tussen de oren zit. In bed bijten ze op hun tanden en gaan ze door terwijl het pijn doet, bijvoorbeeld om hun partner niet te kwetsen. Of ze gaan juist elke aanraking uit de weg, ook een knuffel of een zoen, uit angst dat het toch op vrijen uitdraait. En praten doen ze er met bijna niemand over, want ze schamen zich of voelen zich schuldig.

Dat is allemaal heel begrijpelijk. Helaas houdt doorgaan ondanks de pijn de pijn juist in stand, en vermijden kan ongemerkt een gewoonte worden. Hoe u dat samen doorbreekt, leest u verderop.

Wat vrouwen zelf hielp, was dat de klacht een naam kreeg en dat ze uitleg kregen. Ook horen dat ze niet de enige waren, gaf lucht. U bent dus zeker niet de enige, en u hoeft er niet alleen mee te blijven zitten.

Vulvodynie, vestibulodynie, vaginisme en dyspareunie: wat is het verschil?

Zoekt u informatie over pijn bij het vrijen, dan komt u een hoop termen tegen, en ze worden ook nog vrolijk door elkaar gebruikt. Op een rij:

NaamWat is het?Waar zit de pijn?Kenmerkend
VulvodyniePijn aan de vulva, langer dan drie maanden, zonder andere oorzaak.De hele vulva of een deel ervan.Bij het onderzoek is niets te vinden behalve pijn bij aanraking.
Vestibulodynie (PVD)De meest voorkomende vorm van vulvodynie.De ingang van de vagina (het vestibulum).Pijn bij aanraking: vrijen, tampon, wattenstaafje.
Gegeneraliseerde vulvodynieDe vorm met pijn die er (bijna) altijd is.Verspreid over de vulva, soms daarbuiten.Ook pijn zonder aanraking; vooral rond en na de overgang.
VaginismeDe bekkenbodemspieren spannen zich vanzelf aan als er iets naar binnen moet.De spieren rond de vagina.Een penis, vinger of tampon inbrengen lukt niet, of doet pijn.
DyspareunieHet medische woord voor pijn bij het vrijen.Bij de ingang, of diep in de vagina en de onderbuik.Zegt waar het pijn doet, niet waardoor; kan door alles hierboven komen.

Vulvodynie en vaginisme kunnen samengaan, vooral bij de vorm vestibulodynie. Logisch eigenlijk: als aanraking pijn doet, gaat uw lichaam zich beschermen door de spieren aan te spannen. Wie doorgaat met vrijen terwijl het pijn doet, kan op den duur ook vaginisme krijgen: dan lukt het steeds niet meer om iets in de vagina te brengen. Huisartsen pakken dat dan aan zoals vestibulodynie. In het handboek van de psychiaters (de DSM-5) zijn vaginisme en dyspareunie zelfs samengevoegd tot één diagnose, de genitopelviene pijn- en penetratiestoornis (een hele mond vol).

Meer over die spierreflex leest u in wat is vaginisme, en over oefeningen in vaginisme: oefeningen en oplossingen. Pijn bij het vrijen in het algemeen staat in pijn bij het vrijen, en alles over de vakterm in dyspareunie.

Waar komt vulvodynie vandaan?

Vulvodynie heeft niet één oorzaak. Een virus, een schimmel, een allergie of anticonceptie als enige oorzaak is nooit aangetoond. Artsen gaan ervan uit dat lichamelijke en psychische factoren samen met gedrag meedoen, en dat dat bij elke vrouw anders kan liggen. Een aantal factoren komt bij vrouwen met vulvodynie vaker voor, maar of en hoe ze de pijn veroorzaken, staat niet vast.

Overgevoelige zenuwen

Bij vulvodynie zijn de zenuwen bij de ingang van de vagina lange tijd geïrriteerd. Bij vestibulodynie zijn daar meer zenuwvezels gevonden van het soort dat doffe en branderige pijn doorgeeft. Een aanraking die normaal geen pijn doet, komt dan binnen als pijn. Het alarmsysteem staat als het ware te gevoelig afgesteld.

Een zenuwstelsel dat op scherp staat

Bij vulvodynie doen waarschijnlijk ook ruggenmerg en hersenen mee: de manier waarop zij pijnsignalen verwerken, kan veranderen. Vergelijk het met een rookmelder die al afgaat bij een kaarsje. Vrouwen met vulvodynie hebben ook vaker andere langdurige pijnklachten, zoals fibromyalgie, het prikkelbaredarmsyndroom of een pijnlijke blaas.

Angst voor pijn kan de pijn steeds erger maken. Wie een keer pijn heeft gehad bij het vrijen, kan bang worden voor de volgende keer. Dan ligt u al gespannen te wachten tot het weer gebeurt, en door die angst spannen de bekkenbodemspieren zich aan. Dat gebeurt vanzelf, zonder dat u het wilt. U wordt moeilijker opgewonden en vochtig, en de volgende keer doet het weer pijn.

Zo houdt de cirkel zichzelf in stand, zeker als u doorgaat terwijl het pijn doet. Schaamte maakt het niet makkelijker: die kan vrouwen ervan weerhouden om hulp te zoeken, of om eerlijk met hun partner te praten.

Hormonen en de overgang

Rond en na de overgang maakt het lichaam minder oestrogeen. De binnenkant van de vagina wordt dan dunner en minder soepel, en dat kan droogheid, irritatie en jeuk geven. Dat is een eigen oorzaak van pijn, en die is te behandelen, met een gel zonder hormoon of met een middel met hormoon voor in de vagina. Blijft de pijn daarna, dan kan het alsnog vulvodynie zijn.

Ook de pil wordt wel genoemd. De combinatiepil kan de vulva veranderen, en daarom vragen artsen soms of de pijn begon toen u de pil gebruikte. Dat de pil op zichzelf vulvodynie veroorzaakt, is nooit aangetoond. Meer over seks in deze levensfase leest u in overgang en seks.

Een gespannen bekkenbodem

Bij vestibulodynie zijn de bekkenbodemspieren vaak gespannen. Dat kan door de pijn komen: wie pijn verwacht, spant zich aan. Maar ook stress, een bevalling, sporten als paardrijden of turnen, of lang plas of poep ophouden kunnen de bekkenbodem gespannen maken.

Een gespannen bekkenbodem kan bij het vrijen wrijving en pijn geven, en zo versterkt het een het ander. Meer daarover leest u in bekkenbodem en pijn bij het vrijen en in oefeningen bij een te gespannen bekkenbodem.

Een beginmoment

Soms heeft vulvodynie een duidelijk beginmoment, zoals een schimmel. De meeste schimmels genezen zonder problemen, maar had u er pijn bij, dan kunt u bang worden voor de pijn. Die angst kan de cirkel van hierboven op gang brengen. Ook een nare ervaring met vrijen of bij een lichamelijk onderzoek kan de spieren gespannen maken.

Vrouwen met vulvapijn hebben vaker seksueel misbruik of mishandeling meegemaakt dan vrouwen zonder. Dat geldt lang niet voor iedereen. Maar ook daarvoor is hulp, bijvoorbeeld bij een psycholoog.

Sfeerbeeld: een potje wattenstaafjes, een opgevouwen witte doek en een glas water op een bijzettafel

Hoe stelt de arts vulvodynie vast?

De arts stelt vulvodynie vast met uw verhaal en een rustig lichamelijk onderzoek. Bij de vorm met pijn bij aanraking is minstens drie maanden pijn bij het vrijen, zonder andere verklaring, genoeg. Bloed, urine of afscheiding laat de huisarts alleen testen als er aanwijzingen zijn voor iets anders, zoals een soa.

Eerst bekijkt de arts de huid, op zoek naar een andere oorzaak, zoals eczeem, een schimmel of lichen sclerosus. Daarna wijst u aan waar het pijn doet, of raakt de arts de ingang van de vagina op een paar plekken aan met een wattenstaafje. Als u dat goed vindt, voelt de arts met een vinger hoe gespannen de bekkenbodemspieren zijn. Een spreider, de beruchte eendenbek, is niet nodig.

U mag meekijken met een spiegel, en u mag altijd zeggen dat u wilt stoppen. Zo'n afspraak is ook uitleg: de arts laat zien waar de pijnlijke plekjes zitten en wat uw bekkenbodemspieren doen.

Vulvodynie wordt nog vaak niet herkend, of aangezien voor een ontsteking van de vagina. Komt u er bij de huisarts niet uit, vraag dan om een verwijzing naar een gynaecoloog. Er zijn ook vulvapoli's, waar een gynaecoloog, een dermatoloog en een seksuoloog of psycholoog werken.

Wat helpt bij vulvodynie?

Bij vulvodynie raadt de Nederlandse richtlijn aan te beginnen met bekkenfysiotherapie, of met gesprekken bij een seksuoloog of psycholoog. Hoe goed die werken, is niet overtuigend bewezen, maar ze geven minder kans op bijwerkingen dan medicijnen of een operatie. Welke eerst komt, kiest u samen met uw arts. Zijn vooral de spieren gespannen, dan ligt bekkenfysiotherapie voor de hand; loopt vooral het vrijen vast, dan eerder de seksuoloog.

Eerst: een pijnverbod en een vette zalf

De eerste stap bij vulvodynie klinkt tegenstrijdig: stop met vrijen dat pijn doet. Huisartsen noemen dat een pijnverbod, bedoeld om de cirkel van pijn, angst en spanning te doorbreken. In bed betekent het vaak een tijd geen penis of vingers in de vagina. Voor u allebei is dat soms even slikken. Maar het geeft ook rust: vanavond hoeft er niets.

Smeer daarnaast minstens twee keer per dag een verzachtende, vette zalf, zoals vaseline-paraffinezalf, op de ingang van de vagina en de binnenkant van de schaamlippen. Masseer hem zachtjes in: dat beschermt de huid, en zo went u weer aan aanraking. Let op: zalf en crème kunnen condooms minder betrouwbaar maken.

Bekkenfysiotherapie

Een bekkenfysiotherapeut leert u voelen wanneer uw bekkenbodemspieren gespannen zijn, en hoe u ze loslaat. Het gaat om ontspannen, niet om trainen of sterker maken. Daarbij horen ademhalings- en ontspanningsoefeningen, en soms biofeedback. De richtlijn raadt aan te beginnen zonder inwendige oefeningen.

Gaat dat goed, dan volgen soms oefeningen waarbij u zelf voorzichtig een dun staafje inbrengt, en later een iets dikker. Zulke staafjes heten pelottes of dilators. Bij vulvodynie horen ze volgens de richtlijn hooguit in een tweede fase, om angst en vermijden te helpen doorbreken. Eerst ontspannen, dan pas oefenen. Een psychosomatisch fysiotherapeut helpt ook bij spanning door stress.

In Nederland zoekt u een bekkenfysiotherapeut in het register van de Nederlandse Vereniging voor Bekkenfysiotherapie. Een vergoeding komt uit de aanvullende verzekering, maar niet elke behandeling wordt vergoed: kijk dat vooraf na. In België heet het bekkenbodemreëducatie bij een kinesitherapeut; een therapeut in de buurt vindt u via BICAP of Vind een Kinesist.

Een seksuoloog of psycholoog

Een seksuoloog is meestal een psycholoog of arts die gespecialiseerd is in problemen met vrijen. Die helpt u bijvoorbeeld om beter te praten over wat u belangrijk vindt bij het vrijen, en om te begrijpen waarom u over uw grenzen gaat. U krijgt oefeningen voor thuis, en uw partner kan bij een deel van de gesprekken zijn.

Bij een psycholoog kijkt u wat de pijn met u doet. Angst en zorgen kunnen de pijn erger maken, en met cognitieve gedragstherapie leert u daar anders naar te kijken en mee om te gaan. Ook stress, verdriet of iets ergs dat u heeft meegemaakt, kan aan bod komen. Mindfulness (aandacht voor wat u voelt, zonder er meteen een oordeel over te hebben) kan de pijn ook verminderen, en dat effect was een jaar later nog te zien.

Medicijnen

Medicijnen helpen bij vulvodynie meestal niet, en geven vaak vervelende bijwerkingen. Huisartsen raden af om zelf middelen te proberen. Een verdovende crème met lidocaïne raden zij ook af: bij vestibulodynie helpt die niet.

Een uitzondering is pijn die er (bijna) de hele dag is. Daarvoor krijgen vrouwen soms wel amitriptyline in een lage dosis, een middel dat de zenuwen minder gevoelig maakt. Het is ook een middel tegen depressie, maar schrik daar niet van: u krijgt het niet omdat de arts denkt dat u depressief bent. In deze lage dosis gaat het om de pijn. De bijwerkingen die het meest voorkomen, zijn sufheid en een droge mond. Bij hartklachten, dementie, plasproblemen of epilepsie kunt u het beter niet gebruiken.

Een operatie

Bij een operatie snijdt de arts een dun laagje huid (1 of 2 millimeter) weg op de plekjes die pijn doen. Artsen raden dat niet aan. De richtlijn wijst op het zwakke bewijs en de kans op complicaties, en de huisartsen zijn nog stelliger: een operatie helpt bijna nooit en heeft risico's. Zijn de zenuwen overgevoelig of is de bekkenbodem gespannen, dan blijft dat na de operatie meestal zo.

Van de 100 vrouwen krijgen er 15 na de operatie meer pijn, en 5 krijgen blaasjes of holtes met vocht bij de ingang. In Nederland gebeurt de ingreep nog maar heel zelden. Alleen als minder ingrijpende behandelingen niet hebben geholpen, komt hij soms nog ter sprake. Zolang niet alle stappen bij een seksuoloog zijn geprobeerd, is een operatie volgens de huisartsen beslist niet aan de orde.

Hoe lang duurt het, en gaat het over?

Na zes tot acht weken behandeling bespreekt u met uw arts hoe het gaat. Helpt een behandeling niet, dan kunt u een andere kiezen, of er twee tegelijk proberen. Gaat het na een half jaar nog niet beter, of zijn de klachten ernstig, dan verwijst de huisarts u naar een seksuoloog.

Meestal lukt het met een behandeling om de pijn minder te maken. Reken wel op een lange adem: het effect van elke behandeling apart is klein, en welke het beste werkt, weet niemand precies.

Gelukkig wordt vulvodynie op den duur ook vaak vanzelf minder. Na twee jaar was ongeveer de helft van de vrouwen van de pijn af (bron). Bij ongeveer vier op de tien ging de pijn over en kwam hij later terug, en bij maar één op de tien bleef hij de hele tijd. Na zeven jaar had ongeveer zeven op de tien vrouwen minder pijn.

Dat is geen reden om af te wachten, wel een reden om de moed niet op te geven. De behandelingen nog eens op een rij:

BehandelingWat houdt het in?Wanneer?
Pijnverbod en vette zalfEen tijd niet vrijen op een manier die pijn doet; twee keer per dag zalf op de ingang.Altijd, als eerste stap.
BekkenfysiotherapieLeren voelen en loslaten van de bekkenbodemspieren, later soms met een dun staafje.Eerste keus, vooral bij gespannen spieren.
Seksuoloog of psycholoogGesprekken en oefeningen, cognitieve gedragstherapie, mindfulness; de partner kan mee.Eerste keus, vooral als het vrijen vastloopt.
AmitriptylineEen lage dosis die de zenuwen minder gevoelig maakt.Soms, bij pijn die er (bijna) altijd is.
Andere medicijnenHelpen meestal niet, en geven vaak bijwerkingen.Niet aangeraden.
LidocaïnecrèmeEen verdovende crème, die bij vestibulodynie niet helpt.Niet aangeraden.
Operatie (vestibulectomie)Een dun laagje pijnlijke huid bij de ingang wegsnijden.Niet aangeraden; hooguit als niets anders heeft geholpen.
ZelfzorgLauw water, katoen, een zacht zadel, niet te lang zitten.Altijd.
Sfeerbeeld: een fiets met een zachte zadelhoes van schapenvacht en een paarse sjaal

Wat u zelf kunt doen

Bij vulvodynie halen kleine aanpassingen prikkels weg van een huid die toch al gevoelig is. De adviezen komen van de huisartsen en de gynaecologen.

  • Was de vulva hooguit één keer per dag met lauw water. Geen zeep, douchegel of intiemspray, ook geen zeepvrije wasemulsie of vochtige doekjes. Dep daarna voorzichtig droog.
  • Draag katoenen ondergoed en geen strakke broek. Slaap zonder onderbroek, en trek na zwemmen of sporten meteen iets droogs aan.
  • Was uw kleren met een wasmiddel zonder parfum, en gebruik geen wasverzachter.
  • Gebruik zacht, wit toiletpapier zonder parfum, eventueel met een beetje olie erop. Gebruik buiten de menstruatie geen inlegkruisjes. Bij de menstruatie: maandverband of tampons zonder parfum, om de vier uur verwisseld.
  • Zit niet langer dan een uur achter elkaar. Zorg op de fiets voor een zacht zadel dat lekker zit, eventueel met een zadelhoes van schapenvacht. Een rond zadel kan fijner zijn dan een zadel met een punt.
  • Smeer voor en na het zwemmen een vette zalf, want water droogt de huid uit. Zwem niet in sterk chloorwater of in een openbaar bubbelbad.
  • Voelt de ingang van de vagina na het sporten warm en pijnlijk, leg er dan een ijszak in een handdoek tegen.
  • Eet genoeg vezels en drink 1,5 tot 2 liter per dag. Als u niet goed naar de wc kunt, kan er spanning op de bekkenbodem komen.
  • Zoek ontspanning. Yoga is een goede manier om te leren ontspannen.

Wat ons betreft is dit geen bijzaak. Het zijn kleine dingen, maar u doet ze elke dag.

Seks en intimiteit met vulvodynie

Vulvodynie kan het vrijen flink overhoop gooien. Doet penetratie pijn, of geeft de gedachte eraan al spanning, dan is vrijen geen ontspannen bezigheid meer. Toch hoeft intimiteit niet te stoppen. Het is eerder een moment om samen uit te zoeken wat wel fijn is.

Een tijd zonder penetratie

Een tijd zonder penis of vingers in de vagina klinkt als een verlies, maar het haalt de druk weg. Probeer samen andere manieren van vrijen: strelen, masseren, zoenen, likken, elkaar vasthouden, samen onder de douche of samen een fantasie delen. Alles mag, als het maar geen pijn doet en u het allebei fijn vindt.

Seks zonder penetratie is wat ons betreft gewoon seks, en geen noodoplossing. Laat los wat seks hoort te zijn. Door te praten, te luisteren en samen te oefenen, gaan u en uw partner elkaar weer beter vertrouwen, en zo kan het plezier in vrijen helemaal terugkomen. Ideeën vindt u in plezier in seks terugvinden bij pijn bij het vrijen en in streeloefeningen.

Neem de tijd voor opwinding

Geef uzelf de tijd om opgewonden te raken. Echt de tijd, ook als dat langer duurt dan vroeger. Bij opwinding wordt de vulva goed doorbloed, zwellen de schaamlippen en wordt de vulva vochtig, en dat is nodig om zonder pijn te kunnen vrijen. Vrijen terwijl u nog niet opgewonden genoeg bent, is juist een bekende oorzaak van pijn. In en na de overgang kunt u net zo opgewonden en vochtig worden als vroeger; het duurt vaak alleen wat langer.

Stap voor stap weer opbouwen

Is de pijn minder en wilt u penetratie weer proberen, bouw dan rustig op, in uw eigen tempo. Begin bij uzelf: lukt het om met een vette zalf en uw eigen vingers zonder pijn naar binnen te gaan, dan kan uw partner daarna meedoen. Een seksuoloog of bekkenfysiotherapeut kan dat begeleiden, eventueel met dilators in oplopende maten. U bepaalt het tempo, en u stopt zodra het pijn doet.

Glijmiddel en condooms

Een glijmiddel kan de wrijving verminderen. Het helpt vooral als u wel opgewonden bent en toch droog blijft; zonder opwinding en ontspanning helpt een glijmiddel meestal niet genoeg. Vaseline-paraffinezalf kan ook als glijmiddel, maar maakt condooms minder betrouwbaar.

Gebruikt u latexcondooms, kies dan een glijmiddel op waterbasis: volgens de huisartsenstandaard kunnen glijmiddelen op olie- en op siliconenbasis latex beschadigen. Bij een gevoelige huid kiezen wij zelf voor een glijmiddel op waterbasis zonder parfum en met zo min mogelijk toevoegingen. Meer leest u in hoe kiest u het beste glijmiddel en hoe gebruikt u een glijmiddel. Brandt het vooral tijdens of na het vrijen, lees dan ook branderig gevoel tijdens of na de seks.

Hulpmiddelen die het vrijen prettiger kunnen maken

Een hulpmiddel behandelt vulvodynie niet. Wel kan het de stappen hierboven wat makkelijker maken. Twijfelt u, overleg dan eerst met uw arts of bekkenfysiotherapeut.

Dilators. Een dilatorset (ook wel pelotteset) bestaat uit gladde staafjes in oplopende maten. Daarmee kunt u in uw eigen tempo wennen aan iets in de vagina, zonder de druk van een vrijpartij. Bij vulvodynie komen ze hooguit in een tweede fase aan bod, liefst met begeleiding.

Onze Siliconen Dilator Set heeft vijf maten, van 1,25 tot 3,25 centimeter dik; de kleinste is ongeveer zo dik als een pink. Er hoort een Nederlandse handleiding bij, gemaakt samen met bekkenfysiotherapeuten. Wij lieten de set testen. De testers waren vooral te spreken over de opbouw in maten, het zachte materiaal en het schoonmaken.

Zoekt u een kleinere set, dan is er de driedelige siliconen dilatorset. De eerste dilator is even groot als in de vijfdelige set. De tweede is wat smaller (2 centimeter), en de grootste is 2,3 centimeter op het breedste punt. Gebruik er een glijmiddel op waterbasis bij: bij siliconen dilators is dat de veiligste keuze. Forceer nooit, en stop bij pijn. Alle sets vindt u bij dilators en pelottes.

Glijmiddel. Pjur Med Sensitive is ontwikkeld voor zeer gevoelige slijmvliezen: op waterbasis, zonder glycerine, parabenen, conserveermiddelen en parfum, en met een zuurgraad (pH 4 tot 4,5) die is afgestemd op de vagina. In onze eigen glijmiddelvergelijking viel het op door wat er niet in zit. Wel is het dunner dan bijvoorbeeld Pjur Woman Aloe, dus u smeert wat vaker bij.

Pjur Woman Nude heeft volgens onze productpagina's precies dezelfde zeven ingrediënten, en is er ook in een klein flesje van 30 ml. Claudia uit ons testpanel vindt het prettig zacht op de huid; als minpunt noemt zij dat het na afloop wat droog en plakkerig aanvoelt, al is dat zo weer afgewassen. Allebei kunnen ze met latexcondooms en met siliconen speeltjes. Krijgt u toch irritatie, spoel dan af met water en stop ermee.

Meer hulpmiddelen vindt u in onze collectie pijn bij vrijen. Ervaringen met dilators leest u in ervaringen met pelottes en dilators, in dilators bij lichamelijke klachten en in hoe gebruikt u een dilatorset. Over hulpmiddelen bij een gespannen bekkenbodem gaat hulpmiddelen bij seksuele pijn door bekkenbodemproblemen.

Sfeerbeeld: twee mensen in warme jassen houden elkaar bij de hand op een herfstig bospad

Praten met uw partner

Vulvodynie raakt u allebei. Uw partner kan zich machteloos voelen, of juist bang zijn om u pijn te doen. Zo ontstaat er soms stil een patroon: u vermijdt het vrijen uit angst voor pijn, uw partner uit angst om pijn te doen, en niemand zegt er iets over.

Praat er daarom over. Vertel wat u voelt, wat u nodig heeft en waar u bang voor bent, en vraag hoe het voor uw partner is. Praten met uw partner of een goede vriendin maakt spanning en angst vaak minder. Wat ons betreft helpt het ook om uw partner deze uitleg te laten lezen.

Ook hoe uw partner reageert, maakt verschil. Bij vrouwen met vestibulodynie ging een boze of geïrriteerde partner samen met meer pijn, maar opvallend genoeg ook een overbezorgde partner (bron). En waarom u vrijt, telt ook. Wie vrijde om dicht bij de partner te zijn, had gemiddeld betere seks dan wie vrijde uit angst de partner kwijt te raken.

Een seksuoloog kan u samen helpen om weer plezierige manieren van vrijen te vinden. Neem uw partner gerust mee: dan krijgt die ook advies, en kan hij of zij u beter steunen. Meer tips leest u in praten over seks met uw partner.

Een seksuoloog zoekt u in Nederland in het register van de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS); over de vergoeding leest u meer in de seksuoloog. In Vlaanderen kan dat via de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS), en alle mutualiteiten betalen een deel van een aantal consulten bij een erkend klinisch seksuoloog terug.

Wanneer naar de huisarts?

Pijn aan de vulva of bij de ingang van de vagina hoort niet. Maak een afspraak bij de huisarts in deze gevallen:

  • U heeft vaak pijn bij de ingang van de vagina, bij het vrijen, bij een tampon of bij het zitten.
  • U denkt aan een schimmel, maar het is de eerste keer, een middel van de drogist hielp niet genoeg, of het komt meer dan drie keer per jaar terug.
  • U ziet wondjes, sneetjes, blaasjes of bobbeltjes, of lichte, glanzende of dikkere plekken.
  • De pijn is er (bijna) de hele dag.
  • U wordt al behandeld, maar het gaat na zes tot acht weken niet beter, of het wordt erger.
  • U voelt zich somber, bang of boos over de pijn.

Heeft u naast de klachten ook pijn in uw buik of koorts, bel dan dezelfde dag de huisarts of de huisartsenpost. Bij het maken van de afspraak kunt u vragen om een vrouwelijke arts. Voor de diagnose is een spreider niet nodig, en u mag altijd zeggen dat u wilt stoppen.

Toegift van de Keizerin. Schrijf voor de afspraak even op waar het pijn doet, sinds wanneer, en wat u al geprobeerd heeft. In de spreekkamer bent u de helft anders zo kwijt (dat overkomt ons ook). En als het tegenzit: u stelt zich niet aan. U heeft pijn, en daar is hulp voor.

Veelgestelde vragen

Is vulvodynie te genezen?

Bij veel vrouwen gaat vulvodynie over of wordt de pijn minder, al vraagt dat geduld. Met een behandeling lukt het meestal om de pijn minder te maken. En vulvodynie wordt op den duur ook vaak vanzelf minder: na twee jaar is ongeveer de helft van de vrouwen van de pijn af. Afwachten zonder hulp raden wij toch niet aan, want de pijn kan in die tijd uw leven en uw relatie flink belasten.

Naar welke arts gaat u als u denkt aan vulvodynie?

Begin bij de huisarts. Die kijkt of er een andere oorzaak is, zoals een schimmel of een huidziekte. Zo nodig verwijst de huisarts u naar een gynaecoloog of een vulvapoli, waar ook een dermatoloog en een seksuoloog of psycholoog werken. De behandeling zelf gebeurt vaak bij een bekkenfysiotherapeut, een seksuoloog of een psycholoog.

Is vulvodynie psychisch?

Nee, vulvodynie is geen inbeelding. De pijn is echt: de zenuwen bij de ingang van de vagina zijn lange tijd geïrriteerd. Wel doen angst, spanning en stress mee, zoals bij andere langdurige pijn, en die kunnen de pijn erger maken. Daarom hoort een psycholoog of seksuoloog vaak bij de behandeling, zonder dat de pijn tussen de oren zit.

Hoe ziet vulvodynie eruit?

Bij vulvodynie ziet u meestal niets. De huid van de vulva ziet er gewoon uit, terwijl een lichte aanraking pijn doet. Soms zijn er rode plekjes bij de ingang van de vagina, maar die hebben vrouwen zonder klachten ook. Ook de kleur van de schaamlippen zegt niets over vulvodynie; die verschilt gewoon van vrouw tot vrouw.

De arts stelt de diagnose dus op uw verhaal en een aanraking met een wattenstaafje, niet op wat er te zien is. Ziet u wondjes, of een plek die verandert, laat die dan door de huisarts bekijken.

Wat is het verschil tussen vulvodynie en vestibulodynie?

Vestibulodynie is de meest voorkomende vorm van vulvodynie. De pijn zit dan bij de ingang van de vagina, het vestibulum, en komt bij aanraking, zoals bij het vrijen of het indoen van een tampon. Bij de andere vorm, gegeneraliseerde vulvodynie, is de pijn er (bijna) altijd en zit hij verspreid over de vulva.

Kan vulvodynie ontstaan door de overgang?

Vulvapijn die er bijna altijd is, komt vooral voor bij vrouwen rond en na de overgang. Vaak komt die pijn door de dunnere, drogere huid na de overgang. Dat is te behandelen, met een gel zonder hormoon of met een middel met hormoon voor in de vagina. Blijft de pijn daarna, dan kan het vulvodynie zijn.

Hoe lang duurt de behandeling van vulvodynie?

Hoe lang de behandeling van vulvodynie duurt, verschilt per vrouw. Na zes tot acht weken bespreekt u met uw arts of de behandeling helpt; zo niet, dan kiest u samen een andere, of probeert u er twee tegelijk. Gaat het na een half jaar nog niet beter, dan volgt een verwijzing naar een seksuoloog. Reken op een lange adem. Maar bij de meeste vrouwen wordt de pijn op den duur wel minder.

Kunt u met vulvodynie nog een fijn seksleven hebben?

Ja. Een tijd vrijen zonder penetratie, met strelen, masseren, zoenen en likken, haalt de druk weg. Daarna bouwt u rustig op, eventueel met hulp van een bekkenfysiotherapeut of seksuoloog. Penetratie hoeft niet het doel te zijn; plezier zonder pijn wel.

Bronnen en verantwoording

Gebaseerd op de Nederlandse richtlijn Vulvodynie, de NHG-Standaard Seksuele klachten, Thuisarts, de patiënteninformatie van de gynaecologen en overzichtsartikelen; waar het bewijs voor een behandeling zwak is, staat dat erbij.

  1. NVOG (2019). Startpagina Vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  2. NVOG (2019). Diagnose vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  3. NVOG (2019). Bekkenbodemfysiotherapie bij vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  4. NVOG (2019). Psycho/seksuologische behandeling vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  5. NVOG (2019). Medicamenteuze behandeling bij vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  6. NVOG (2019). Chirurgische interventie bij vulvodynie. Richtlijn Vulvodynie, Richtlijnendatabase. bekijk bron
  7. Nederlands Huisartsen Genootschap (2015, laatste aanpassing 2023). NHG-Standaard Seksuele klachten (M87). bekijk bron
  8. Thuisarts.nl (NHG). Ik heb vaak pijn bij de ingang van mijn vagina. bekijk bron
  9. NVOG, deGynaecoloog.nl (2025). Pijn aan de vulva (vulvodynie). bekijk bron
  10. NVOG, deGynaecoloog.nl (2025). Verzorging van de vulva. bekijk bron
  11. Bergeron S, Reed BD, Wesselmann U, Bohm-Starke N (2020). Vulvodynia. Nature Reviews Disease Primers, 6(1). bekijk bron
  12. Shallcross R, Dickson JM, Nunns D, Mackenzie C, Kiemle G (2018). Women's subjective experiences of living with vulvodynia: a systematic review and meta-ethnography. Archives of Sexual Behavior, 47(3). bekijk bron
  13. Chisari C, Monajemi MB, Scott W, Moss-Morris R, McCracken LM (2021). Psychosocial factors associated with pain and sexual function in women with vulvodynia: a systematic review. European Journal of Pain, 25(1). bekijk bron
  14. Cetera GE, Merli CEM, Facchin F e.a. (2024). Time is on my side. Disease trajectory of vulvodynia: a systematic review with a narrative synthesis. Archives of Gynecology and Obstetrics, 309(1). bekijk bron
  15. Brotto LA, Altas M (2024). Mindfulness and management of low desire and vulvovaginal pain. Obstetrics and Gynecology Clinics of North America, 51(2). bekijk bron

Laatst bijgewerkt op 20 oktober 2026.

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.