Wanneer naar de huisarts, en hoe gaat een zaadonderzoek?
Wordt uw partner niet zwanger binnen een jaar terwijl u regelmatig vrijt, maak dan samen een afspraak bij de huisarts. Lukt het vrijen zelf niet goed, dan kunt u eerder gaan. Testen is niet eng en ook niet zeldzaam.
Een zaadonderzoek is eenvoudig. U krijgt een potje en een formulier mee. Het zaad van een keer klaarkomen vangt u op in het potje, niet in een condoom, want daar zit vaak een stof in die zaadcellen doodt. Het potje moet binnen een uur in het laboratorium zijn; onderweg bewaart u het in een binnenzak of broekzak, zodat de temperatuur goed blijft. (Even niet in het handschoenenkastje dus.)
De uitslag komt na twee tot drie weken. Is die niet goed, dan wordt het onderzoek na een paar weken herhaald en telt de beste uitslag. Blijft de kwaliteit niet goed, dan verwijst de huisarts u naar de gynaecoloog.
Is de kwaliteit redelijk of goed, dan schat de huisarts met een tabel de kans dat uw partner het komende jaar zwanger wordt; de zaadkwaliteit en de leeftijd van uw partner bepalen die kans samen. Is de kans groter dan vier op de tien, dan is het advies om nog zes maanden tot een jaar regelmatig te blijven vrijen. Is de kans kleiner dan drie op de tien, dan kunt u als u wilt naar een polikliniek voor vruchtbaarheid. Zit de kans ertussenin, dan bespreekt de huisarts met u wat het beste is. Is uw partner 38 jaar of ouder en probeert u al een jaar, dan kan de huisarts u doorsturen naar de gynaecoloog.
Toegift van de Keizerin. Een kinderwens kan van de slaapkamer een werkplaats maken. Plan daarom af en toe een avond waarop het nergens over gaat: geen kalender, geen telefoon, gewoon samen in bed omdat het fijn is. Het zaad merkt er misschien niets van, u samen wel.