Fanny Hill - deel 5

In Covent Garden loopt Fanny een bleke, steenrijke gentleman tegen het lijf die maar een zwak heeft: onervaren meisjes. Mrs. Cole ruikt haar kans, en samen bereiden zij het meest gewaagde bedrog uit Fanny's loopbaan voor.

Terwijl ik in de fruitwinkel in Covent Garden mijn keus maakte en op de gevraagde prijs stond af te dingen, werd ik mij ervan bewust dat ik gevolgd werd door een jongeman. Zijn dure kleding trok als eerste mijn aandacht, want voor het overige viel er weinig opvallends aan hem te bespeuren, tenzij dat hij bleek en zeer mager was en zich voortbewoog op ongemeen dunne benen. Dat hij de winkel alleen was binnengekomen om in mijn nabijheid te blijven, leed geen twijfel; hij wendde zijn blik geen ogenblik van mij af.

Na een lange aarzeling kwam hij bij de korf waaruit ik mijn keus deed en bestelde op zijn beurt iets, zonder zelfs de moeite te nemen op de prijs te letten, wat begrijpelijk was, want het was hem uitsluitend om mij te doen. Ik kon in die tijd nog heel goed doorgaan voor een schuchtere jonge vrouw zonder veel ondervinding. De pluimen van de steedse dames had ik mij niet eigen gemaakt; mijn eenvoudige strohoed, mijn witte japon en vooral mijn natuurlijke, ietwat bedeesde oogopslag waren allerminst van dien aard dat ze mijn ware temperament konden verraden.

Toen hij mij aansprak, overtoog een misleidende blos mijn wangen, en dat volstond om hem nog verder op een dwaalspoor te brengen. Ik antwoordde met een stuntelige verwarring die ik gelukkig niet hoefde te veinzen, want in zulke omstandigheden was dat nu eenmaal mijn aangeboren manier van reageren. Naarmate het gesprek vorderde klonk er in mijn gestamelde antwoorden zoveel naïef onbegrip, dat hij zich alleen maar sterker tot mij aangetrokken voelde en al blij was dat ik niet in paniek op de vlucht sloeg.

Een van de eerste dingen die hij vroeg was of ik getrouwd was, waarop ik naar waarheid kon antwoorden dat ik nog te jong was om daar zelfs maar aan te denken. Het een leidde tot het ander, en toen hij vroeg hoe oud ik was, nam ik mijn toevlucht tot een leugentje door een jaar te vergeten en te zeggen dat ik nog twintig moest worden.

Over mijn levenswandel maakte ik hem wijs dat ik in de leer was bij een modenaaister in Preston en slechts toevallig in de stad verbleef, om een ziek familielid te bezoeken dat bij mijn aankomst al gestorven bleek. Zodoende had ik, zo vertelde ik, tijdelijk mijn intrek genomen bij een andere naaister hier, waar ik als werkster het geld voor de terugreis hoopte te verdienen, al was het niet uitgesloten dat ik nu voorgoed in Londen zou blijven. Al die verzinsels vielen in goede aarde, en dankzij mijn ervaring met mannen merkte ik maar al te goed hoe begerenswaardig hij mij van minuut tot minuut begon te vinden.

Nadat hij mij zeer behendig, zo dacht hij tenminste, zover gekregen had dat ik hem zelfs mijn naam en die van mijn meesteres noemde, gaf hij mij het gekochte fruit ten geschenke en liet mij ongestoord naar huis gaan. Onderweg probeerde ik de gebeurtenis zo rustig mogelijk te overdenken en mij af te vragen tot welke gevolgen ze zou kunnen leiden. Nog diezelfde dag bracht ik bij Mrs. Cole verslag uit om haar mening te horen.

Mijn ter zake zeer bevoegde directrice dacht enkele ogenblikken na en kwam tot de conclusie dat er maar twee mogelijkheden waren: ofwel zou de jongeman mij komen opzoeken, ofwel zou hij mij vergeten. Kwam hij niet, dan was er niets om ons zorgen over te maken; kwam hij wel, dan moest zij hem eerst zorgvuldig testen om uit te maken wat voor type hij was en of hij de eigenschappen en middelen bezat om als klant van haar eerbiedwaardige huis aanvaard te worden. Mijn rol daarbij was eenvoudig: ik hoefde alleen te doen wat mij werd opgedragen.

Reeds de volgende morgen verscheen de jongeman, na de avond ervoor in de buurt te hebben rondgezworven in de hoop iets over Mrs. Cole te weten te komen. Hij trad de winkel binnen in een koets, vroeg heel correct de meesteres te spreken en zette een omslachtig gesprek over mode-aangelegenheden op, terwijl ik stil in mijn hoekje bleef zitten en angstvallig vermeed hem aan te kijken, zogenaamd verdiept in het vastnaaien van een jabot. Dat laatste maakte deel uit van ons krijgsplan.

Terwijl Mrs. Cole hem geduldig te woord stond, speurde zij met een arendsblik zijn gelaat af om te zien welke indruk ik op hem maakte. Onafgebroken voelde ik zijn blik op mij rusten, maar koppig weigerde ik die te beantwoorden, want mijn taak was te doen alsof ik in opperste verlegenheid verkeerde. Toen hij begreep dat al zijn pogingen om contact met mij te krijgen vergeefs bleven, bestelde hij een japon voor zijn moeder, verzocht Mrs. Cole die persoonlijk te komen afgeven, en kocht nog een paar kleinigheden die hij prompt betaalde, met geen ander doel dan een gunstige indruk na te laten.

Niet zodra was hij vertrokken of Mrs. Cole nam mij mee naar haar kabinetje en verklaarde dat die snuiter wel degelijk in de ban van mijn charmes geraakt was en volkomen, zoals zij het noemde, voor mij 'in' was. Dat hij popelde om mij in zijn armen te sluiten stond vast; het kwam er nu enkel nog op aan meer over zijn persoon en zijn middelen te weten te komen. En daarvoor had zij niet veel tijd nodig, want over de hele stad kon zij betrouwbare relaties aan het werk zetten om in een oogwenk alle gewenste inlichtingen in te zamelen.

Reeds enkele uren later kon haar geheime dienst haar verzekeren dat mijn aanbidder niemand minder was dan Mr. Norbert, een buitengewoon rijke gentleman. Zijn bleekheid en magerheid waren grotendeels te wijten aan een al te drukke jacht op alles wat de stad aan wellust te bieden had. Na door oververzadiging voor de gewone genoegens vrijwel ongevoelig te zijn geworden, had hij sinds kort een nieuw amusement gevonden: het ontmaagden van onervaren jonge vrouwen. Uit geloofwaardige geruchten bleek dat hij daarin reeds meermaals geslaagd was, waarna hij die meisjes zonder pardon aan hun lot overliet zodra hij genoeg van hen had.

Verder bleek dat hij bij dat vermaak steeds bereid was iedere prijs te betalen, waarschijnlijk omdat hij zich van zijn gebrek aan lichamelijke charme bewust was en wel besefte dat hij zonder geld op weinig inschikkelijkheid hoefde te rekenen. Mrs. Cole kwam meteen tot het voor de hand liggende besluit dat wij ons geen beter kandidaat konden dromen, en dat het zonde zou zijn uit zo iemand niet alles te halen wat erin zat, temeer daar hij na de daad zo snel alle belangstelling verloor, wat mij van hem zou verlossen.

Zij begaf zich naar zijn appartement, dat hij met overdadige luxe tot een klein paradijs van gemakzucht had ingericht, en leidde het gesprek behendig naar mijn persoontje. Als een onverbeterlijke kletser hing zij hem een ontroerend beeld op van de harde tijd die ik achter de rug zou hebben, af en toe onderbroken door een dramatisch weggepinkte traan, en prees zij mijn schoonheid en mijn bedeesde schroom, zonder ook maar te laten doorschemeren dat zij zijn ongezonde begeerte doorzag. Zo wist zij hem ertoe te brengen zelf om een nadere kennismaking te vragen.

Op dat verzoek ging zij niet meteen in, want als eerbare beschermster der deugd vond zij het haar plicht bezwaren op te werpen; er waren wel drie of vier gesprekken nodig voor zij hem hoop begon te geven. Pas toen hij, nadat briefjes en geschenken zonder antwoord bleven, zijn toevlucht nam tot het middel dat alle deuren opent en haar een onverhoopt grote som in het vooruitzicht stelde, besloot zij te bezwijken. Zij bedong een astronomische prijs: driehonderd guinea's voor het roven van mijn juweel, plus honderd voor haarzelf, ter vergoeding van de vele slapeloze nachten die deze inbreuk op haar principes haar dreigde te bezorgen.

Er werd overeengekomen dat de som contant betaald zou worden en dat de geschenken die ik tijdens de voorbereidende bezoeken zou krijgen daar los van stonden. En ook nu bleef Mrs. Cole met veel talent de rol van eerzame naaister spelen: zij wilde onder geen voorwaarde een overrompeling toestaan en eiste dat wij eerst op welvoeglijke wijze nader zouden kennismaken. De gentleman kreeg toestemming mij op nauwkeurig vastgestelde dagen en uren te bezoeken. Mijn rol was niet moeilijk. Ik hoefde met behulp van mijn aangeboren schuchterheid alleen zo argeloos over te komen dat hij aan mijn onschuld niet kon twijfelen, wat mij weinig moeite kostte, want bij elk woord dat hij tot mij richtte begon ik vanzelf overdadig te blozen.

Toen aan alle voorwaarden was voldaan en de afgesproken som was overhandigd, trof Mrs. Cole de laatste maatregelen. Zij zorgde ervoor dat de definitieve koop op ons eigen terrein gesloten zou worden, en gaf mij een karrenvracht raadgevingen over hoe ik alles zo echt mogelijk moest laten lijken. Zij reikte mij zelfs een paar hulpmiddelen aan, waaronder een list die zij zelf had uitgedacht en die bedoeld was om op het juiste ogenblik precies de juiste hoeveelheid bloed te laten vloeien, want dat verschijnsel gold nu eenmaal als volstrekt onontbeerlijk.

Zo brak het grote ogenblik aan. Tegen elf uur 's avonds werd Mr. Norbert in alle stilte binnengelaten en naar Mrs. Coles eigen slaapkamer gebracht, waar ik hem, van mijn kleren ontdaan, in haar ouderwetse bed lag op te wachten. Ik beefde werkelijk, niet uit de angst die een maagd zou voelen, maar omdat ik er niet zeker van was mijn rol goed te spelen. Dat had wel het voordeel dat ik mijn schrik tenminste niet hoefde te veinzen, want de ene blos van schaamte lijkt op de andere, en voor hem telde alleen dát ik bloosde.

Zodra Mrs. Cole de kamer verlaten had, trad hij ogenblikkelijk in actie, met zoveel ongeduld dat ik mij afvroeg waarom hij haar had gevraagd zoveel kaarsen te ontsteken, want van al dat licht profiteerde hij niet om mij te bekijken. Met al zijn kleren aan sprong hij naar het bed, waar ik mijn hoofd ijlings onder de dekens verborg, zodat hij eerst een gevecht moest leveren om alleen al mijn lippen te kunnen kussen. In mijn gehuichelde onschuld verzette ik mij even krachtig als ik een echte deugd zou hebben verdedigd.

Toen hij begreep dat hij mij onder de dekens gemakkelijker de baas kon, wierp hij vlug zijn kleren af en wrong zich naast mij. In die korte tussenpauze kreeg ik iets van zijn wapen te zien, en meteen viel mij op dat het bepaald niet de kentekenen vertoonde die men van een geduchte maagdenrover zou verwachten, integendeel: het was zo onbeduidend van bouw dat het meer aan een gedwongen reservist deed denken dan aan een vrijwilliger voor de op handen zijnde slag.

Hij kon niet ouder zijn dan dertig jaar, en toch waren zijn krachten al zozeer afgenomen dat alleen ongewone prikkels hem nog tot bevrediging konden brengen. Het overdadig najagen van het genot had zijn lichaam zo ondermijnd dat hij fysiek op een man van zestig leek, met dit verschil dat zijn jong gebleven fantasie hem telkens opnieuw aanspoorde tot het bestormen van hindernissen die zijn krachten al lang te boven gingen. Hij trapte de dekens weg zodat ik plotseling van top tot teen uitgestald lag, en zette de aanval opnieuw in.

Hoewel ik mij met al mijn krachten bleef verweren, slaagde hij erin een oppervlakkige inspectie uit te voeren die hem, zo dacht hij, het materiële bewijs leverde dat nog niemand hem was voorgegaan. Mijn hemd, het laatste dat ik nog aanhad, scheurde hij met een ruk open. Van het ogenblik dat ik geheel naakt lag, nam zijn onstuimigheid iets af, en ik moet hem de eer geven dat hij zich verrassend teder gedroeg en rekening probeerde te houden met de hachelijke toestand waarin ik zogenaamd verkeerde. Intussen spreidde ik alle angst en onhandigheid tentoon die paste bij een onwetende vrouw die voor het eerst een man bij zich in bed krijgt.

Halsstarrig weigerde ik hem te kussen, en wel twintig keer duwde ik zijn handen van mijn borsten weg. Toen werd hij opnieuw door ongeduld overvallen en begon de toegang met een vinger te exploreren, wanhopig zijn best doend dieper door te dringen. Voor mij was dat het sein om met een door tranen verstikte stem te klagen dat ik mij onteerd voelde, dat ik niet geweten had waar ik aan begon en dat ik om hulp zou roepen als hij niet ophield, terwijl ik mijn dijen zo stevig tegen elkaar klemde dat er een veel sterkere man nodig was geweest om ze open te trekken.

Toen hij besefte dat zijn spierkracht jammerlijk tekortschoot, nam hij zijn toevlucht tot zoete woordjes en smeekte mij toch wat inschikkelijker te zijn. Ik antwoordde wenend dat ik vreesde dat hij mij zou doden, dat ik zoiets brutaals nooit had ondergaan, en nog talloze van die uitroepen die door een echte maagd in dezelfde situatie niet verbeterd hadden kunnen worden. Na enkele minuten liet ik mijn dijen lichtjes vaneengaan, hem net voldoende ruimte biedend om de kop van zijn wapen bij de ingang te brengen. Maar op het beslissende ogenblik maakte ik een afwerende beweging waarmee ik hem krachtig van mij afwierp, vergezeld van een door merg en been snijdende kreet.

Dat verzet ontgoochelde hem, maar het was zo natuurlijk dat hij er niet kwaad om kon worden; integendeel, juist die tegenstand beloofde de triomf des te waardevoller te maken. Nog tweemaal liet ik hem zover komen en wierp hem dan weer af met een stuiptrekking en hartverscheurende kreten, tot hij eensklaps als een briesende leeuw toesprong en ver genoeg in mij doordrong om mij een warme vochtigheid te laten voelen, net binnen de buitenste opening, zodat ik hem snel voor de derde keer moest afwerpen om hem niet tot voltooiing te laten komen. Tot mijn geruststelling merkte ik dat hij in dat telkens afgeremd worden zelf een heel bijzonder genot vond, gevoeliger daarvoor dan voor de gewone daad.

Enigszins verlicht door die gedeeltelijke ontlading veranderde hij van tactiek en toonde zich weer van zijn tedere zijde, in de hoop mij zo gemakkelijker voor te bereiden, al moest hij eerst nieuwe krachten opdoen. Het duurde ongemeen lang voor hij weer voor een offensief was toegerust, en toen het zover was, wist ik hem zo lang op afstand te houden dat hij overvloedig zweette en buiten adem opnieuw moest rusten. Pas ruim na middernacht kon hij zijn lid voor de helft invoeren en zich laten gaan, terwijl ik onophoudelijk klaagde en weende om de onbeschrijfelijke pijn.

Na al die krachtsinspanning was mijn kampioen zo uitgeput dat hij zich omdraaide en vrijwel ogenblikkelijk in slaap viel. Van die unieke gelegenheid maakte ik gebruik om rechtop te gaan zitten en de door Mrs. Cole vernuftig geprepareerde bewijzen aan te brengen. In elk van de stijlen aan het hoofdeinde van het bed was een geheim kastje verborgen, zo kundig in het snijwerk weggewerkt dat men de naden onmogelijk kon ontdekken, maar dat met een verborgen veer geluidloos openging. Daarin stond een glazen karafje met kunstmatig vloeibaar gehouden bloed en een doordrenkte spons.

Ik bevochtigde er mijn hand mee en wreef ermee tussen mijn dijen, zodat ik op bijzonder realistische wijze kon bewijzen dat ik een ondubbelzinnige verwonding had opgelopen. Daarna drukte ik het kastje weer dicht en legde mij met een licht hart naast mijn rover, innerlijk lachend om de vindingrijkheid van mijn meesteres, die zo verstandig was geweest in elke bedstijl zo'n kastje te verbergen, opdat de 'ontmaagde' vrouw er altijd een binnen bereik had. De hele operatie had maar enkele seconden geduurd, en de veer werkte zo stil dat mijn vermoeide vriend niet wakker werd.

Een half uur later ontwaakte hij en begon mij, amper bijgekomen, opnieuw te kussen en te strelen. Ik deed of hij mij wekte en begon meteen te klagen over de pijn en de verwarring die hij over mij had gebracht. Nog terwijl ik zo lag te klagen sloeg ik de dekens op, zodat hij in het licht van een stervende kaars een blik op het slagveld kon werpen en op mijn dijen, mijn hemd en het laken de rode plekken zag van wat niets anders kon zijn dan mijn maagdenbloed.

Het bedrog was zo volledig dat hij bijna gek van vreugde werd, fier als een pauw om de prestatie die hij meende geleverd te hebben. Met vurige kussen troostte hij mij en vroeg vergiffenis, en verzekerde dat het ergste voorbij was. Stukje bij beetje liet ik mij overhalen, spreidde mijn dijen en liet hem schijnbaar begaan, er evenwel voor zorgend dat hij het niet te gemakkelijk kreeg door mij zo te draaien dat hij eens te meer moest wringen om centimeter na centimeter te winnen. Eindelijk stiet ik de laatste doordringende kreet uit, om hem ervan te overtuigen dat ik hem nu mijn hele maagdelijkheid geschonken had.

Meer was niet nodig om hem wild van wellust te maken, en als een protserige haan stormde hij naar het eindpunt van zijn genot, door de vermeende zegepraal zozeer aangewakkerd dat hij het in een minimum van tijd bereikte en in mij wegsmolt, terwijl ik sidderend en snikkend onder hem lag, weerloos en niet langer maagd. Of ik zelf enig genot voelde? Weinig of niets, tenzij helemaal op het laatst, want ik voelde niets voor de persoon die ik uit louter winstbejag in mijn armen hield en was allesbehalve trots op het bedrog. Maar juist die onverschilligheid maakte het mij mogelijk zo goed te huichelen en het spel tot het einde vol te houden.

Toen hij op een nieuwe, zeer zwakke poging aandrong, verklaarde ik wenend dat dit meer zou zijn dan ik kon verdragen en dat ik bij nog zo'n bestorming de dood zou vinden. Omdat hij zelf tot weinig meer in staat was, beloofde hij vriendelijk met die schrik rekening te houden, en wij bleven rustig naast elkaar liggen tot Mrs. Cole omstreeks tien uur binnenkwam, om te zien hoe ik het maakte en hem geluk te wensen met de overwinning waarvan zij, zo verklaarde hij niet zonder trots, de overvloedige bewijzen op de lakens zou vinden.

De gentleman kleedde zich aan en werd ongemerkt naar buiten gebracht. Zoals bij elke gelegenheid weigerde Mrs. Cole ook nu iets van de mij toekomende som te aanvaarden; zij gaf mij alleen raad over hoe ik dat kleine fortuin veilig moest opbergen. Zo werd ik hersteld in mijn functie van betaalde minnares, want Norbert bleef mij na die nacht als zodanig beschouwen, en ik troostte mij met de hoop dat het niet lang zou duren voor hij genoeg van mij kreeg.

Voortaan moest ik mij klaarhouden om mij naar zijn kamers te begeven zodra hij mij liet ontbieden, en het viel mij niet moeilijk hem in het ongewisse te laten over mijn ware verhouding tot Mrs. Cole, want hij stelde nooit vragen en werd zo in beslag genomen door zijn jacht op nieuwe genotsmogelijkheden dat hij nergens anders oog voor had. Niemand, zo heb ik geleerd, wordt beter betaald of behandeld dan de minnares van een man die zelf geen groot beoefenaar van het minnespel meer is; beseffend dat hij haar toch tevreden moet stellen, overlaadt hij haar met duizend attenties en geschenken.

Maar daar schuilt ook het gevaar. Terwijl zulke mannen zelf nog slechts een zwakke afschaduwing van genot vinden, wakkeren zij door al hun raffinement de begeerte van hun onbevredigde vriendin zo hoog aan, dat zij haar regelrecht in de armen van de eerste de beste andere man drijven, om door hem het werk te laten voltooien dat zij zelf wel konden beginnen maar niet afmaken. Zo werd ook ik, zonder het te willen, langzaam naar zulk een keerpunt gedreven, want onze zinnen luisteren niet altijd naar de stem van ons verstand.

Over dit verhaal: dit is een moderne, auteursrechtvrije bewerking van 'Memoirs of a Woman of Pleasure' (Fanny Hill) van John Cleland, voor het eerst uitgegeven in Londen in 1748. Publiek domein; opnieuw vertaald, ingekort en bewerkt voor De Paarse Keizerin.

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.