Fanny Hill - deel 2
✓ 15 jaar ervaring
✓ 100% discreet verzonden
✓ Alles Getest door ons testpanel
Fanny Hill - deel 2
Terwijl Fanny wegkwijnt van nieuwsgierigheid, brengt Phoebe haar naar een kier in de muur. Wat zij daar ziet, jaagt haar laatste onschuld op de vlucht. En dan vindt zij op een vroege ochtend een onbekende jongeman slapend bij het vuur.
Nadat de weerzinwekkende oude Mr. Crofts had geprobeerd zich met geweld van mij meester te maken, en jammerlijk had gefaald, viel er een last van mij af. Kort daarna bereikte ons het bericht dat hij op koninklijk bevel was aangehouden en veroordeeld wegens smokkelhandel, met beslag op een aanzienlijk fortuin. Voor mij betekende dat verlossing: van een nieuwe aanval van die man kon geen sprake meer zijn, want hij zat achter de tralies en zou daar voorlopig niet uit komen.
Mrs. Brown had haar voorschot van vijftig pond al binnen en verloor de hoop op de honderd die nog moesten volgen. Zij begon mijn afkeer van de oude bok daarom met mildere ogen te bekijken en liet toe dat de andere meisjes van het huis mij op mijn kamer kwamen opzoeken. Ik was toen negentien, net hersteld van de koorts, en volkomen onwetend van wat mij te wachten stond.
De meisjes waren vrolijk, onbekommerd en openhartig. Zij spraken zonder een spoor van schaamte over hun betrekkingen met mannen, en ik luisterde met gloeiende wangen. Zij lieten mij hun mooie kleren zien, hun kanten en linten, en vertelden lachend van rijtuigen, cadeaus en heren die zich uitsloofden om hen te behagen. Zonder het te beseffen begon ik hun leventje, waarvan ik alleen de mooie kant te zien kreeg, te idealiseren, tot ik niets liever wilde dan een van hen te worden. Mijn aangeboren zedigheid, die op niets gefundeerd was, smolt als sneeuw voor de zon.
Wat ik nog niet wist, was dat men mij angstvallig verborgen hield voor de klanten, in afwachting van een zekere Lord B... uit Bath, een edelman die bekendstond om zijn vrijgevigheid bij zulke gelegenheden. Aan hem wilde Mrs. Brown de eer laten mij te ontmaagden. Maar het lot, en mijn eigen ontwakende natuur, zouden anders beschikken.
Tot dan toe werd aan het bederven van mijn onschuld vooral gewerkt door mijn bedgenote Phoebe, een doorgewinterde vrouw van vijfentwintig die al haar talenten aanwendde om mij de eerste trillingen van genot te leren kennen. Behendig dreef zij mijn nieuwsgierigheid op, mij van de ene vraag naar de andere leidend en mij zo alle geheimen van Venus onthullend. Maar het kon niet uitblijven dat ik op zekere dag ooggetuige werd in plaats van slechts toehoorster.
Op een middag, volkomen hersteld, lag ik in Mrs. Browns donkere kabinetje op het rustbed van de meid, toen ik geluiden hoorde in de belendende slaapkamer. Die was van het kabinetje alleen gescheiden door twee glazen deuren met gordijnen die niet helemaal sloten. Zonder geluid te maken sloop ik ernaartoe en stelde me zo op dat ik alles kon zien zonder zelf gezien te worden.
De vrouw die binnenkwam was niemand minder dan mijn meesteres zelf, aan de hand geleid door een slanke, gespierde jonge grenadier van de cavalerie, een echte Hercules en het voorwerp van begeerte van half Londen. Ik hield me stil als de dood, bang dat het minste gerucht mij zou verraden. Maar die vrees was overbodig, want mevrouw was zo door de zaak in beslag genomen dat zij nergens anders oog voor had.
Zij plofte neer aan het voeteneind van het bed, vlak tegenover de deur, zodat ik vrij zicht had op alles. Haar minnaar ging naast haar zitten. Hij was een man van weinig woorden maar van veel temperament, want hij viel meteen aan, gaf haar een paar krachtige klapzoenen en bracht zijn handen tussen haar borsten. Toen begon hij haar rokken op te tillen, tot boven haar verhitte gezicht, en stapte een ogenblik opzij om zijn vest en broek los te knopen.
En toen zag ik, voor de eerste keer in mijn leven, dat wonderbaarlijke werktuig waarvan ik tot dan toe alleen had horen spreken. Naakt, stijf en rechtop kwam het tevoorschijn, zo groot dat ik grote ogen opzette. Mijn eigen zetel van genot vatte er een wilde belangstelling voor op, en mijn instinct riep mij toe dat ik het hoogste genot mocht verwachten zodra die twee delen, zo feilloos voor elkaar geschapen, elkaar zouden ontmoeten.
Lang bleef de jongeman niet werkeloos. Na zijn wapen een paar zwaaiende rukken te hebben gegeven, wierp hij zich op mijn meesteres. Hij hield mij de rug toe, zodat ik alleen kon raden dat hij in haar was doorgedrongen. Het bed schudde, de gordijnen warrelden, en amper hoorbaar boven het gekraak uit klonken de zuchten en hijgende ademstoten waarmee het werk gepaard ging.
Het zien en horen van dit alles beroerde mij tot in het diepste van mijn wezen. Voorbereid als ik was door de gesprekken van de meisjes en Phoebes beschrijvingen, kon dit tafereel niet anders dan mijn laatste onschuld de doodsteek geven. Terwijl de twee in de kamer in de hitte van de strijd verkeerden, trok ik werktuiglijk mijn rokken op en zocht met brandende vingers het centrum van mijn eigen gevoelens, tot ik zelf wegzonk in een smeltende huivering.
Toen alles voorbij was, dwong de oude vrouw haar gezel met opwekkende drank en handige strelingen tot een tweede ronde, waarna de twee vriendschappelijk vertrokken en zij hem enkele muntstukken in de hand stopte. Ik sloop terug naar mijn kamer, gloeiend van een verlangen dat ik niet kon stillen, en bracht die nacht mijn nood ter sprake bij Phoebe.
Wat mij verontrustte, bekende ik haar, was de wanverhouding: dat geweldige werktuig leek mij zo dik als mijn pols, en hoe zou mijn tere lichaam het ooit kunnen ontvangen zonder te sterven van pijn? Phoebe lachte hartelijk en verzekerde mij dat nog veel tengerder vrouwen dan ik die proef glansrijk hadden doorstaan. En om mijn vrees voor die denkbeeldige wanverhouding weg te nemen, beloofde zij mij een veel fijner tafereel te tonen. Kende ik Polly Philips?
Polly was een mooi meisje van negentien, nog maar twee maanden in huis, uitverkoren door een jonge, schatrijke koopman uit Genua die haar twee of drie keer per week in haar heldere kabinet ontving. De volgende dag om vijf uur kwam Phoebe mij halen. Op de toppen van onze tenen slopen wij naar een donker kabinet vol oude meubelen en kisten met likeur. Door een brede reet in de houten wand konden wij alles in de kamer ernaast zien zonder zelf gezien te worden.
De jonge Genuees stond met de rug naar ons toe naar een prent te kijken toen Polly binnenkwam. Hij liep haar tegemoet, leidde haar naar een divan vlak voor ons, schonk haar wijn en koekjes, en na een paar kussen begon hij zich uit te kleden tot op zijn hemd. Als op een afgesproken teken verwijderde ook Polly haar spelden, tot zij, geholpen door haar minnaar, niets meer aanhad dan haar hemd.
Toen trok hij haar hemd voorzichtig weg, en daar stond zij moedernaakt, zoals de natuur haar gemaakt had, het zwarte haar los langs haar blanke schouders. Onwillekeurig voelde ik afgunst bij het zien van haar fraaie borsten, zo rond en stevig dat ze rechtop bleven, en van het heerlijke veld daaronder, overdekt met het rijkste sabelbont. Zij was een uitgelezen model voor een schilder die het vrouwelijk schoon in al zijn pracht wilde uitbeelden.
De jonge Italiaan, tweeentwintig, groot en flink gebouwd, trok nu ook zijn hemd over zijn hoofd en stond even naakt als zij. Zijn grandioos orgaan sprong stijf en rechtop uit een bos krullend haar, zo groot dat het mij bijna angst inboezemde voor het tere object dat het voorwerp van zijn drift zou zijn. Want hij had Polly al op de divan neergeduwd, haar dijen zo ver mogelijk gespreid, en het teken van haar geslacht lag volledig voor hem open.
Hij knielde tussen haar benen, leidde met de ene hand zijn wapen naar de lokkende opening en schoof met de andere de lippen terzijde. Na enig dringen, waarbij Polly zelf scheen te helpen, drong hij voor de helft naar binnen. Daar bleef het steken; hij trok terug, maakte het nat, en schoof toen zonder moeite tot aan het gevest in haar, waarop zij een diepe zucht slaakte, geenszins van pijn.
Nu duwde en bewoog hij, eerst zacht en ritmisch, dan zo heftig dat er geen maat meer in te bespeuren was. Hun kussen waren wild, hun ogen schoten vuur, en uit Polly's mond kwamen kreten van extase: 'O... het is te veel... ik sterf... ik ga...!' Zijn genot was stiller, tot hij de beslissende stoot gaf en zijn benen in loomheid verstijfden. Zij volgde hem getrouw, sloeg wild met de handen en zonk weg in een orkaan van gelukzaligheid.
Toen de aanval voorbij was, bleef Polly ademloos liggen, de dijen nog gespreid, waartussen ik een witachtig vocht ontwaarde aan de gloeiende, zopas geopende wonde. Eindelijk stond zij op, sloeg haar armen om hem heen en keek zo verliefd naar hem op dat het geen twijfel leed: zij was allesbehalve geschokt door wat hij haar had aangedaan. Van dat ogenblik af was al mijn angst voor wat een man mij kon aandoen verdwenen.
In de plaats daarvan was een zo felle begeerte in mij wakker geworden dat ik me bereid voelde de eerste de beste man die ik ontmoette bij de arm te nemen en hem mijn kleinood aan te bieden, want ik beschouwde het verlies daarvan nu als een winst die ik zo snel mogelijk wilde binnenhalen. Ook Phoebe, hoezeer taferelen als dit haar vertrouwd waren, kon niet onberoerd blijven.
Nog een tweede keer zagen wij het paar de tedere vijandelijkheden hervatten, Polly ditmaal boven op haar minnaar, tot ook die ronde in een gezamenlijke uitbarsting van extase eindigde. Ik kon het niet langer aanzien. Zo overrompeld en opgehitst greep ik Phoebe vast en smeekte haar mij te verlossen. Zij had medelijden en bracht mij snel en ongezien terug naar mijn kamer.
Daar wierp ik mij sidderend op het bed, in vervoering van begeerte en tegelijk beschaamd om wat ik voelde. Phoebe kwam naast mij liggen en beloonde zichzelf met iets wat meer de afglans dan de wezenlijkheid van genot was. Maar mij bevredigde het niet. Ik had behoefte aan steviger voedsel, en ik nam mij voor niet langer genoegen te nemen met dat spel van vrouw tot vrouw.
Die nacht sliep ik onrustig, geplaagd door dromen waarin gestalten zonder gezicht zich over mij heen bogen. Het zag ernaar uit dat ik geen geduld meer kon opbrengen tot de komst van mijn edele Lord, al werd die over enkele dagen verwacht. Maar op hem hoefde ik niet te wachten, want de liefde zelf zorgde voor mijn beschikking, alle lage berekeningen en gemene oogmerken van het huis ten spijt. Het gebeurde twee dagen na het voorval in het kabinetje, op een manier die niemand van hen had voorzien.
Die morgen werd ik om zes uur wakker, terwijl Phoebe nog vast sliep. Zachtjes stapte ik uit bed en sloop naar de kleine tuin achter ons, met geen ander doel dan wat frisse lucht te happen. Maar toen ik de deur van de achterkamer opende, trof ik daar bij het nasmeulende vuur een jongeman aan, slapend in de leunstoel van mijn meesteres, achtergelaten door zijn makkers die hem te veel hadden laten drinken.
Toen ik naderbij trad om hem te bekijken, maakte een sterke ontroering zich van mij meester. Nog altijd hoef ik mijn ogen maar te sluiten om dat beeld terug te zien. Stel u een aantrekkelijke jongeman voor van rond de twintig, het hoofd zijwaarts geleund, het haar in verwarde krullen, met een gelaat zo jeugdig en tegelijk mannelijk dat ik mijn blik er niet van kon losmaken en mijn hart onweerstaanbaar naar hem toe getrokken werd.
Bij het zien van zijn open hemdskraag en sneeuwwitte borst kon ik mij niet langer bedwingen. Met een bevende hand nam ik de zijne en wekte hem zo zacht mogelijk. Hij opende de ogen, keek verbaasd naar mij op en vroeg met een stem die mij als muziek in de oren klonk hoe laat het was. Ik vertelde het hem en waarschuwde dat hij kou zou vatten met zo'n ontblote borst in de ochtendkilte.
Hij dacht dat ik een van de meisjes van het huis was, uitgestuurd om hem gezelschap te houden, en schonk mij de eerste kus die ik ooit van een man ontving. Maar op zijn verzoek om te blijven kon ik niet ingaan: ik was op slag echt verliefd op hem geworden, en bovendien vreesde ik ontdekt te worden. Ik zei hem, met een zucht uit het diepste van mijn hart, dat ik hem misschien nooit zou terugzien.
Toen vroeg hij, plotseling en zonder verdere inleiding, of ik er iets voor voelde door hem onderhouden te worden; hij zou mij dan onmiddellijk onderdak bezorgen en van mijn verplichtingen aan het huis verlossen. Hoe onverwacht en gevaarlijk het aanbod ook was uit de mond van een vreemde, ik liet mij er onvoorwaardelijk toe overhalen. Mijn kloppend hart dicteerde mij het antwoord: ik was klaar om met hem te vluchten, waarheen hij ook maar wilde.
Het toeval wilde dat ook hij, bang voor de ongewisheden van het stadsleven, al een tijdje rondliep met de gedachte een meisje voor vaste verkering te zoeken, en ik leek hem daar op het eerste gezicht volkomen geschikt voor. Zo werden wij het meteen eens, en bezegelden onze afspraak met een reeks kussen. Nooit heb ik een jongeman ontmoet die zo rijk gezegend was met alles wat het hoofd van een jonge vrouw op hol brengt.
Ons plan was eenvoudig. De volgende morgen om zeven uur zou ik het huis verlaten, want ik wist waar de sleutel van de voordeur lag, en hij zou mij opwachten in een koets op de hoek van de straat. Aan Mrs. Brown zou hij een som geld sturen om haar te vergoeden. Bij het afscheid vroeg ik hem niemand te vertellen dat hij mij gezien had, en met bloedend hart maakte ik mij uit zijn omarming los.
Ik sloop terug naar mijn kamer, waar Phoebe gelukkig nog sliep, en kroop naast haar, overweldigd door een mengsel van vreugde en onrust dat ik met geen pen kan beschrijven. De gedachte dat ik misschien mijn ondergang tegemoet ging, kwam wel even in mij op, maar smolt weg in de nieuwe vlam. Om hem een nacht bij me te hebben, wilde ik alle gevaren trotseren, ja mijn hele leven op het spel zetten.
Die dag leek een eeuwigheid te duren. Aan tafel spraken de meisjes over de aanbiddelijke jongeman die de nacht in huis had doorgebracht, en elke lofuiting goot olie op het vuur dat in mij oplaaide. Maar de emoties putten mij zo uit dat ik die avond meteen insliep en doorsliep tot vijf uur. Toen stond ik op, kleedde me aan, en wachtte bevend van angst en ongeduld tot het uur zou aanbreken.
Eindelijk was het zover. Op mijn tenen liep ik de trap af, mijn doos met bezittingen achterlatend uit vrees dat die mij zou verraden. De sleutel lag waar hij altijd lag, op de stoel naast het bed. Met uiterste voorzichtigheid stak ik hem in het slot van de voordeur. Er was geen geluid te horen. Achter mij het huis van Mrs. Brown, met al zijn tralies; voor mij, in het grauwe ochtendlicht, de straat, een wachtende koets, en een leven dat ik nog met geen mogelijkheid kon vermoeden.
Over dit verhaal: dit is een moderne, auteursrechtvrije bewerking van 'Memoirs of a Woman of Pleasure' (Fanny Hill) van John Cleland, voor het eerst uitgegeven in Londen in 1748. Publiek domein; opnieuw vertaald, ingekort en bewerkt voor De Paarse Keizerin.
Gerelateerde berichten