Op het passende uur trokken wij ons in onze kamer terug. Phoebe speldde mijn halsdoek en japon los, en lang duurde het niet of zij lag aan mijn zijde. Zij was, zo zei ze zelf, vijfentwintig, ofschoon het er de schijn van had dat zij zich daarbij met wel tien jaar misrekende.
Zij keerde zich naar mij toe, omhelsde en kuste mij met grote vurigheid. Haar handen werden buitengewoon vrijpostig en begonnen over mijn lichaam te dwalen, alles aanrakend, knedend en drukkend in een reeks bewegingen die mij door hun nieuwheid meer verwarmden dan ze mij bang maakten. Mijn borsten, twee ronde, stevige en volgroeide welvingen, hielden haar handen een tijdje bezig, tot ze lager zonken naar het zachte, zijden dons dat er in weelderige volheid groeide.
Niet tevreden met deze uitwendige dingen zette zij de aanval verder, tot zij eindelijk een vinger wist binnen te wringen in het vlees zelf, zo behendig dat zij mijn schaamtegevoel om de tuin leidde. In plaats van mij in paniek te brengen deed zij een nieuw vuur in mij oplaaien, tot een 'O!' haar te kennen gaf dat zij mij pijn deed op de plaats waar de nog niet doorgebroken doorgang haar dieper doordringen onmogelijk maakte.
Zij kruidde haar bezigheden met kussen en uitroepjes: 'O, wat een bevallig schepseltje ben je! Hoe gelukkig de man die je tot vrouw mag maken! O, mocht ik toch die man voor je zijn!' Ik was in vervoering gebracht, buiten mezelf; tranen van genot stroomden mij uit de ogen. Phoebe duwde de dekens omlaag en wierp het volle kaarslicht over mijn naakte lichaam.
'Laat mij die volle boezem kussen,' fluisterde zij, 'hoe stevig, wit en zacht is dat vlees.' Zij greep mijn hand en leidde die naar een dichte bos ruige krullen, het kenmerk van de volgroeide, gerijpte vrouw, en begon in zo snelle wrijving te bewegen dat ik mijn hand warm en vochtig terugtrok. Na twee of drie zuchten schonk Phoebe mij nogmaals een kus en trok de dekens weer over ons heen. Zo leerde ik die avond de eerste vonken van een ontvlammende natuur kennen.